MATERIAALKENMERKING
De Europese richtlijn voor de kenmerking van schoenen

Een vaak door klanten gestelde vraag is: „Hoe kan ik vaststellen of het bij het verwerkte materiaal om zuivere leer gaat?“
Volgens de Europese richtlijn voor de kenmerking van schoenen worden alle gebruikte materialen voor de bovenschoen, de loopzool en de binnenvoering gekenmerkt volgens de vier categorieën voor leer,
gecoat leer, textiel en ander materiaal.
Onderstaand vindt u een toelichting bij de desbetreffende icons:

Bovenmateriaal
Met ‚bovenmateriaal‘ wordt het buitenmateriaal gekenmerkt.

Voering en dekzool
Zij kenmerken van de in de schoen verwerkte materialen.

Loopzool
De loopzool kenmerkt het loopvlak of het contactmateriaal met de ondervoet. Het aangegeven materiaal moet 80 % van het oppervlak of het volume uitmaken. Wanneer meerdere materialen worden verwerkt (bijvoorbeeld leer en rubber), moeten de hoofdmaterialen worden aangegeven.

Leer
Onder leer wordt verstaan: dierenhuiden en -vacht waarvan de natuurlijke vezelstructuur onveranderd behouden is gebleven. Daartoe behoren geen uit leervezels en -stukken verwerkte materialen. Wanneer kleur-of folielagen zijn opgebracht, mogen deze niet dikker dan 0,15 mm zijn.

Gecoat leer
Gecoat leer is leer met een kleur- of folie laag van meer dan 0,15 mm dikte die echter niet meer dan 1/3 van de totale materiaaldikte mag uitmaken. Als de opgebrachte laag dikker is dan 1/3, wordt het kunstleer genoemd.

Textiel
Onder de verzamelnaam textiel vallen alle natuurlijke en synthetische textielsoorten.

Overig materiaal
Onder overig materiaal vallen alle materiaalsoorten die niet tot de bovenstaande groepen behoren. Dat kunnen bijvoorbeeld materialen zijn zoals rubber of kunststof voor een loopzool.
DE
EN
FR
NL